Opvoedingsproject

De school is als maatschappelijke institutie kind van haar tijd. De school ondergaat de invloeden van de samenleving op alle vlakken: de leerlingen zijn kinderen van hun tijd, de leerkrachten eveneens. Bovendien laten de sociaal-economische toestand en de politieke maatregelen zich duidelijk voelen in de organisatie van het schoolleven. Maar als vormingsinstituut van jonge mensen beïnvloedt de school ook de samenleving.

Leerlingen hebben het recht op school gevormd (ontwikkeld, opgevoed) te worden om zich te kunnen handhaven, te bewegen en te ontplooien in die samenleving, en ook om die samenleving mee gestalte te geven. Hun onderwijs moet dus levensecht zijn, voldoende aanknopingspunten hebben in de dagelijks ervaarbare realiteit. Dit sluit natuurlijk niet uit dat er ook aanknopingspunten kunnen gevonden worden in het verleden, in de literatuur, in de kunst ... , die via het onderwijs grijpbaar en bevattelijk moeten worden om van daaruit naar de toekomst te kunnen kijken.

Anderzijds heeft de school het recht diezelfde samenleving kritisch te benaderen: achtergronden verduidelijken, evidenties bevragen, alternatieven bestuderen. De verworven inzichten moeten tot een verandering van het eigen gedrag en handelen leiden. Hiervoor hebben de jonge mensen de steun en de aanmoediging van elkaar en van de school nodig. Acties voor de Derde en de Vierde wereld, sociale stages, vredesbeweging ... zijn hiervoor uitgelezen mogelijkheden.

Als christelijke school is het Annuntia-instituut dus niet neutraal en staat niet onverschillig tegenover die wereld. De school vertrekt vanuit waarden zoals die in het Evangelie terug te vinden zijn. Rechtvaardigheid, naastenliefde, verdraagzaamheid, afstappen van vooroordelen, opkomen voor en kansen geven aan de “zwakken”, zijn geen ijle begrippen die men vrijblijvend in de mond kan nemen. Zij vertegenwoordigen een visie van geloof in de mens en een perspectief van hoop.

Het Annuntia-instituut verwacht van de leden van de schoolgemeenschap dat zij eerbied opbrengen voor een christelijk-gelovige basis van de school. De school is een uitgelezen “leeromgeving”. Leerlingen hebben het recht iets te leren, kennis en inzichten op te doen die verder reiken dan oppervlakkige “weetjes”. Op een moderne school leert men zowel vakinhouden als leer- en leefvaardigheden.

1. VAKINHOUDEN

Het Annuntia-instituut streeft naar een optimale kwaliteit in het aanbieden van de vereiste leerinhouden en het ontwikkelen van een degelijk leerproces.

De eindtermen (vakgebonden en vakoverstijgend) van de Vlaamse gemeenschap en de leerplannen van het VSKO beschrijven uitdrukkelijk welke leerinhouden en vaardigheden aangeboden en ontwikkeld worden in de verschillende jaren en richtingen.

De vakinhouden van verschillende jaren moeten op elkaar afgesteld worden en naar elkaar verwijzen: het ene jaar bouwt voort op en aan het vorige jaar. Geregeld over-leg tussen vakleerkrachten is een noodzaak.

De vakinhouden staan niet los van de algemene opvoedingsvisie van de school. De globale opvoedingsvisie moet volledig geïntegreerd worden in het didactisch handelen. De werkvormen zijn gericht op een vorming tot zelfstandigheid.

De persoonlijke begeleiding door de leerkracht moet van hieruit gezien worden. Inhoudelijke en didactische bijscholing zijn een permanente verwachting tegenover de leerkracht.

In elke afdeling en studierichting moet iedere leerling op het aangepaste niveau leren leren

2. LEVEN

De school moet voor de jongeren een uitdaging vormen om uit de eigen schelp te komen, om drempels te leren nemen, om uit te kijken naar het nieuwe, het onbekende,om stappen naar buiten toe te zetten.

Deze omgeving veronderstelt “veiligheid”, vertrouwen, echtheid en menselijke warmte

Dit heeft ondermeer te maken met de manier waarop met elkaar gecommuniceerd wordt, hoe er met conflicten omgegaan wordt, welke verantwoordelijkheden men deelt en/of delegeert. Is er aandacht voor medezeggenschap? Worden beslissingen op een democratische manier genomen?

Die sfeer moet ook terug te vinden zijn in de inrichting en infrastructuur: ruimte, veiligheid, echtheid en hartelijkheid. Ook de eerbied en het respect dat men opbrengt voor het werk en de inzet van het onderhoudspersoneel is meebepalend voor die sfeer.

 

De school werkt voor haar leerlingen aan:

Zelfontplooiing

De school streeft naar een zo groot mogelijke ontplooiing van iedere leerling: intellectueel, fysisch, psychisch, emotioneel, esthetisch, relationeel en religieus. De ontwikkeling van een eigen persoonlijkheid moet leiden tot zelfstandigheid.

Openheid

De jongere ontwikkelt zich tot volwassene, niet op zichzelf alleen, maar als identiteit in relatie tot een omgeving. Die relatie vraagt om een openheid (aandacht voor , een bereidheid tot zich informeren, tot luisteren naar, tot interesse in) tegenover de ande-re, de omgeving, tot de Andere

Aandacht voor de andere, de medemens (veraf of dichtbij)

Het eigen individualisme overstijgend, meevoelend (onverschilligheid), relatie-bekwaamheid (omgangsvormen), met respect voor het anders zijn van de andere.

Verantwoordelijkheid en engagement

De openheid voor de andere, het gevoelen voor rechtvaardigheid, het meeleven met de andere mag niet beperkt blijven tot een vrijblijvend weten of praten. Kennis en persoonlijkheid vragen op gestelde tijd actie: opkomen voor zichzelf of voor anderen. Inzet, los van eigen belang, voor de anderen, binnen de eigen mogelijkheden en eigen kring of in een breder maatschappelijk kader (vrienden, klas, school, vereniging, parochie, gemeente), is waardevol.

Kritische ingesteldheid

Durven bevragen van waarden, gebruiken, gewoonten, modetrends, stellingen, verhalen en feiten, maar ook het eigen denken en handelen naar hun echtheid, hun waarheidsgetrouwheid en hun menselijke waardigheid. De kritische ingesteldheid mag niet verward worden met negativisme (het anti zijn om anti te zijn) of cynisme. Kritisch denken moet bevrijdend werken: loskomen of doorprikken van eigen of gepropageerde vooroordelen.

Aandacht voor de omgeving

De eigen leefwereld, de eigen cultuurkring, de bredere wereld, het milieu, de mense-lijke geschiedenis. Deze aandacht uit zich ondermeer in de bereidheid zich te informeren.

Aandacht voor het religieuze

Als christelijke school ruimte en aandacht vrijmaken voor vorming en bezinning over wat het nu en het menselijk bestaan overstijgt, voor het religieuze en voor God.

Creativiteit

Het zoeken naar originaliteit, het streven naar vernieuwing, het actief werken om iets nieuws te vinden verdienen aanmoediging, zowel op het vlak van de gewone les- en klasactiviteit als in het schoolleven.

3. WERKSFEER

Het Annuntia-instituut tracht haar onderwijs- en opvoedingsproject te realiseren in een sfeer van oprechte hartelijkheid. De kinderen en jongeren moeten ervaren dat ieder van hen er mag zijn, als persoon met een eigen waarde. Zij moeten kunnen ervaren dat er veel van hen gevraagd wordt, maar dat zij in hun pogen echt gesteund worden. Zij moeten weten dat fouten maken geen afschrijving van hun persoon tot gevolg heeft, maar om correcties vraagt. De leerkrachten nemen een positieve houding aan tegenover de leerling, met respect voor hun eigen identiteit, met interesse voor de capaciteiten van de leerling en steun in zijn eigen ontplooiingsproces.

Leerlingen en volwassenen moeten kansen krijgen en kunnen werken op basis van vertrouwen. De jongeren moeten kansen krijgen hun eigen inbreng in het school- en klasgebeuren te doen.

Het geheel moet gebeuren in een vriendelijke sfeer, waar correcte omgangsvormen gelden (of aangeleerd worden), maar waar ook consequent regels worden toegepast of afspraken nagekomen. Directie en secretariaatspersoneel spannen zich in om eveneens persoonsgericht met de leerlingen om te gaan, in dezelfde ‘huisstijl’. Een vlotte bereikbaarheid en zichtbaarheid zijn nodig. Met respect voor de individualiteit van ieder persoon wordt er naar gestreefd om een “schoolgemeenschap” te vormen: mensen die samen werken aan een gemeenschappelijk doel: een zo goed mogelijke werk-, leer- en leefomgeving: het Annuntia-instituut.